doorloper - de Stentor

doorloper

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
1 godsdienstig lied ; vlakgom ; water om de polen 2 zandstrand ; aangehouden persoon 3 Scandinavische munt ; deel van een toneelstuk ; sterkedrank 4 Duitse rivier ; Marokkaans hoofddeksel ; onwaarheid 5 hoorns van een hert ; kloosterlinge ; houten been 6 vlekkenwater ; beroep 7 voorteken ; Zuid-Amerikaanse dans ; transportmiddel 8 vrouwelijke ree ; groet ; vervallen gebouw 9 zeevis ; grove tarwe ; legerleiding 10 in geen geval ; verzameling 11 grondgebied ; voorzetsel ; Griekse drank 12 opdracht ; deel van de hals ; hemelwater 13 vruchtbare plaats ; insect ; natuurlijke begaafdheid
1 groep ; bouwwerk ; bos 2 titel ; plaats in Gelderland ; exotische vogel 3 levenslucht ; vleugel ; geldswaardig papier 4 haaksteek ; schrijfvloeistof ; voorstelling 5 computertype ; Europese vrouw ; vuilnisbelt 6 golfterm ; in zee uitlopend gebergte ; in het jaar 7 aarden vaas ; buitenrand ; voor de rest 8 fijngemalen graan ; statig ; Duitse champagne 9 lekkernij ; naaldboom ; kleur 10 biersoort ; dressing ; Frans kerstlied 11 lied ; koker ; wokgroente 12 hemelgeest ; vulkaan op Sicilië ; prooi zoeken 13 nuttigen ; kaartterm ; brandbaar koord